Het is de tour van de antihelden, zo lijkt wel. Iedereen heeft zijn eigen favoriete antiheld. Bert Wagendorp heeft Gesink, nu.nl heeft Thomas Voeckler en doet dat in twee delen. Of nee, doe er nog een schepje bovenop. Maar het is Voeckler die deze Tour glans geeft.
Mijn absolute antiheld is Cadel Evans. Evans zie en hoor je de hele Tour de France niet. Hij verstopt zich achter de ruggen van zijn concurrenten en blijft dat het liefst doen totdat een tijdrit aanbreekt. Omdat er altijd veel betere en aantrekkelijkere renners in de buurt waren, won ie nooit en viel dus drie weken lang helemaal niet op, net als Levi Leipheimer, nog zo’n profiteur van andermans zog. De carrière van Evans kenmerkt zich door ‘de schade beperken’, in derde positie rijden, derde worden en derde blijven. Altijd en overal. Tot ieders verbazing viel hij aan tijdens een Wereldkampioenschap en won prompt. Dat zag niemand aankomen. Hij kan het wel, maar doet het niet. Waarom? Geen idee.
Gisteren moest Evans noodgedwongen achtervolgen. Dat vindt Evans niet leuk. Met grootste tegenzin zet hij zich op kop en mag de rest eens profiteren, hoewel dat waarschijnlijk wel meevalt omdat de Australiër met zijn neus op zijn voorwiel zit, zo diep. Heeft u zijn stijl weleens goed geanalyseerd? Het heeft ergens het midden van een pad en een ijsblok: vierkant, gezet, gewoon lelijk om te aanschouwen. Grimassen zijn vaak mooi, maar een Evans die afziet is domweg lelijk. Bovendien heeft hij een afschuwelijk piepstemmetje en sympathiek is hij al helemaal niet. Kijk maar. Of hier. Of hier. Het is gewoon een lul. Mocht hij in Parijs op het hoogste schavot staan, dan is het de Tour van de antiheld.
Doe mij maar de vlinder Contador of de vederlicht draaiende Armstrong. Evans is de minst aantrekkelijke renner van het peloton. Hoeveel etappes hij won in La grande boucle? Twee: eentje omdat Vinokoerov in 2007 achteraf op doping werd betrapt. Dit jaar (godzijdank als hij de Tour wint, want niets is oneervoller dan een Tour winnen zonder etappe) mocht hij voor het eerst in heel veel deelnames eens juichen na de streep.
Neem dan Voeckler. Een soort popster van zijn stiel. Aanbeden in Frankrijk, gehaat in Nederland, maar Nederlanders schijnen alle Fransen te haten sinds een malloot Johnny Hoogerland geheel per ongeluk van zijn sokken reed. Dan moet je dus niet naar de Tour kijken, Bordeauxwijn drinken en camembert op je toast smeren, als je Fransozen zo haat. Het is het chauvinisme slikken of stikken.
Voeckler valt aan, meerdere keren zelfs, koerst, acteert als het in het peloton saai dreigt te worden, juicht en stijgt boven zichzelf uit. Dat deed hij in 2004, dat doet hij nu. Hij kan ineens met de beste klimmers ter wereld mee, blijft in het wiel terwijl Contador afhaakt. Dat voor een niet-klimmer. Fabelachtig. Wonderschoon.
Vroeger was ik fan van Jaja, nu supporter ik Titi.



Jammer dat El Pistolero niet mee kon komen gisteren. Zijn acties zorgden ook voor spanning. Ik hoop dat Alberto, al is het dan niet meer voor het klassement, vandaag nog aanvalt.